Wereldkerk · 1 oktober 2026
Anekdoten over Anneke Lubkowitz over wandelende literairvrouwen
Anneke Lubkowitz beschrijft in haar boek "Rebellinnen te voet" hoe schrijversvrouwen uit de achttiende en negentiende eeuw vaak urenlang door de bergen trokken. Het boek legt uit dat ze deze tochten als een daad van vrijheid zag. Een citaat uit het interview benadrukt dat tienduurs krachttochten voor haar geen uitzondering waren. De auteur legt uit dat vrouwen in die tijd vaak beperkt waren tot de privésfeer, terwijl mannen de publieke wereld en de natuur betreden. Het wandelen stond dan ook voor een vorm van verzet tegen die beperkingen. Het artikel noemt onder andere Simone de Beauvoir, Mary Shelley en Annette von Droste-Hülshoff als voorbeelden van vrouwen die hun passie voor wandelen deelden.
Het stuk vermeldt dat Beauvoir vaak alleen of met vrienden in de bergen rond Marseille wandelde, terwijl ze volgens het interview een allergie voor chlorofyl beweerde. Annette von Droste-Hülshoff, geboren in 1797 in Münster, zag het bos en de bergen als een goddelijke schepping en beschouwde zichzelf niet als hoger dan dieren of planten. Een andere figuur die in het artikel genoemd wordt, is Emmy Hennings, een lid van de expressionistische avantgarde en oprichter van Dada, die haar leven als een onstabiele reis beschreef die zowel negatief als positief werd ervaren. Het interview benadrukt dat Hennings het idee van de verdwaalde ziel zag als een noodzakelijke stap naar verlichting.
Het stuk bespreekt ook Sophie von La Roche, een auteur uit de achttiende eeuw die de natuur als een manifestatie van de schepping zag en tijdens een bezoek aan een gletsjer op Mont Blanc een diepe verbondenheid met de schepper voelde. Het artikel eindigt met een lijst van zeven kerken in Rome die christelijke pelgrims vaak bezoeken, waaronder de Vaticaanse basiliek die over het graf van Petrus werd gebouwd.