Wereldkerk · 16 september 2026
Ook gepubliceerd in Deutsch, Bahasa Indonesia, Norsk
Liturgische lezingen voor donderdag van de vierentwintigste week
De liturgische lezingen voor donderdag van de vierentwintigste week richten zich op de kern van het christelijke geloof en de kracht van vergeving. De eerste lezing uit het eerste brief aan de Corinthiërs benadrukt de noodzaak om de waarheid over de gebeurtenissen rond Jezus Christus te verkondigen, specifiek dat hij stierf voor de zonden van de mensheid, opstond uit de dood en de Heilige Geest schonk.
In deze tekst herinnert de apostel Paulus de gelovigen aan het evangelie dat zij hebben aangenomen. Hij beschrijft hoe Christus verscheen aan Petrus, de Twaalf, meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, Jakobus en alle apostelen, en uiteindelijk aan hemzelf. Paulus stelt dat hij door de genade van God is geworden wie hij is, ondanks dat hij voorheen de Kerk van God vervolgde.
Het evangelie volgens Lucas beschrijft een ontmoeting in het huis van een farizee, waar een vrouw die bekendstond als zondige, de voeten van Jezus waste met tranen, ze afdroogde met haar haar en ze inzalf met mirre. De farizee, Simon, twijfelde aan de status van Jezus als profeet omdat hij toeliet dat een zondige vrouw hem aanraakte.
Jezus reageerde op Simon met een gelijkenis over een schuldeiser die twee schuldenaars had, één met een schuld van vijfhonderd denarii en één met vijftig, die beiden werden kwijtgescholden omdat zij niet konden betalen. Jezus concludeerde dat degene aan wie het meeste is vergeven, ook het meeste liefheeft. Hij stelde dat de vele zonden van de vrouw waren vergeven omdat zij veel liefhad, in tegenstelling tot de gastheer die geen water voor de voeten, geen kus en geen olie voor het hoofd bood.
De tekst concludeert dat het geloof van de vrouw haar heeft gered. Terwijl de aanwezigen zich afvroegen wie Jezus was dat zonden kon vergeven, vertrok de vrouw als een nieuwe schepping, gedreven door geloof, hoop en liefde.